');

26 december 2025

“Vic denkt anders”: het verhaal van een hoogbegaafde jongen

“Vic denkt anders”: het verhaal van een hoogbegaafde jongen

“Vic denkt anders”: het verhaal van een hoogbegaafde jongen

In dit interview vertelt Sofie openhartig over haar zoon Vic, een jongen van acht die anders denkt, voelt en leert. Haar verhaal toont hoe hoogbegaafdheid niet alleen kansen, maar ook uitdagingen met zich meebrengt, voor kind, ouder én school.

Wanneer Sofie over haar zoon Vic praat, klinkt er een mengeling van trots en vermoeidheid in haar stem. “Vic is acht en zit nu in het vierde leerjaar,” vertelt ze. “Hij is een pientere, gevoelige jongen. Hij denkt anders, voelt anders, en soms leeft hij gewoon in een ander tempo dan de rest van ons gezin.”

Sofie heeft samen met haar man Frederik nog een zoon, Simon van tien jaar. Daarnaast nemen ze de zorg van twee pleegkinderen op, een tweeling van 21 jaar met een mentale beperking, hechtingsstoornis en ASS. “Eén van de meisjes komt nog geregeld langs,” zegt Sofie. “Ons huis is dus nooit stil en dat maakt het leven rijk, maar ook intens.”

De eerste signalen: “Hij wilde alleen dingen doen die hij al kon”

Dat Vic anders in elkaar zat dan de meeste kinderen van zijn leeftijd, merkten Sofie en Frederik al vroeg. “Hij was nog maar een peuter toen we voelden dat hij de dingen op zijn eigen manier deed. Vic wilde enkel iets doen als hij zeker wist dat hij het kon. Hij werd laat zindelijk, maar dan ineens helemaal geen ongelukjes meer, niets. Leren fietsen? Dat deed hij tussen vijf en zes jaar, zonder oefening. Hij sprong gewoon op zijn fiets en kon het.”

Op school liep het minder vlot. “In de tweede kleuterklas zagen we dat hij zich niet goed voelde,” herinnert Sofie zich. “Hij ging niet graag naar school. We vroegen ons af of er misschien sprake was van autisme, want hij leek sociaal wat teruggetrokken. Achteraf bekeken, werd hij gewoon niet genoeg uitgedaagd. Toen hij in de derde klas terechtkwam bij een juf die hem wél prikkelde, zagen we hem openbloeien.”

De sprong in het leerjaar: “Plots ging het heel snel”

Vic maakte in zijn schoolloopbaan een sprong: van het eerste leerjaar ging hij rechtstreeks naar het derde. “In het begin twijfelde ik enorm,” geeft Sofie toe. “De school dacht er al eerder aan om hem te laten springen. Ik was bang dat hij zijn kindertijd te snel zou verliezen. Frederik vond het vooral belangrijk dat hij niet als ‘buitenbeentje’ zou overkomen.”

De beslissing kwam er pas nadat de school had doorgetoetst. “Ze zagen dat hij de leerstof van het tweede leerjaar al beheerste. Hij had de tafels zelf aangeleerd, niet geautomatiseerd, maar hij kon ze gewoon heel snel uitrekenen. Uiteindelijk besloten ze hem te laten springen.”

Toch was de overgang niet gemakkelijk. “Het voelde alsof ik een jaar kindertijd kwijt was,” zegt Sofie. “Alles ging plots zo snel. En de reacties van de omgeving waren niet altijd fijn. Mensen zeiden: ‘Jij hebt het gemakkelijk met zo’n slimme zoon.’ Alsof hoogbegaafdheid alleen maar een voordeel is. Dat maakte me stiller. Ik kroop een beetje in mijn schulp. Het voelde als een taboe, alsof we met een luxeprobleem zaten.”

Onbegrip en taboe: “Je begint er niet over bij iedereen”

Over hoogbegaafdheid praten blijft voor veel ouders moeilijk, merkt Sofie. Ze vinden vooral steun bij mensen die begrijpen wat hoogbegaafdheid inhoudt. “We hebben gelukkig goede vrienden die we leerden kennen via de school van de jongens,” vertelt Sofie. “Hun dochter is ook hoogbegaafd. Met hen kunnen we ervaringen delen, dat doet zo’n deugd. Anders voel je je echt alleen in dit proces. Ik vertel er niet aan iedereen over; sommige vrienden weten het zelfs niet. Ik wil niet dat er constant ogen op Vic gericht zijn.”

De school: “Pas met de juiste mensen aan tafel veranderde er iets”

De samenwerking met de school was aanvankelijk een zoektocht. “We zijn tegen muren gebotst,” vertelt Sofie openhartig. “We hadden professionele hulp nodig om stappen te kunnen zetten. De school stond wel open, maar de uitvoering en opvolging waren moeilijk. Niet alle leerkrachten weten hoe ze met hoogbegaafdheid moeten omgaan.”

Pas toen een begaafdheidscoach van NeuzeNeuze werd betrokken, begon het te keren. “Sinds de samenwerking met de coach worden we serieuzer genomen,” zegt Sofie. “Vic heeft nu een aangepast traject. In het vierde leerjaar werkt hij met een andere wiskundemethode en volgt hij Frans bij het vijfde leerjaar. Tijdens de wiskundelessen werkt hij zelfstandig verder. Daarnaast gaat hij om de twee weken naar een plusgroep buiten school. Zijn agenda is goed gevuld.”

De overgang van vakantie naar school was intens. “September was moeilijk,” vertelt Sofie. “Hij moest wennen. Eind vorig schooljaar was hij ongelukkig en had hij geen zin meer in school. Nu begint hij opnieuw interesse te krijgen. Hij maakt graag zijn huiswerk en gaat met plezier naar school. Dat is zó’n opluchting.”

Toch blijft het kwetsbaar. “De knowhow ontbreekt nog altijd een beetje,” zegt Sofie. “Sommige leerkrachten begrijpen niet goed wat het risico is als hij zich verveelt of niet begrepen voelt. Dat kan op termijn echt schade veroorzaken, denk maar aan onderpresteren of schoolmoeheid. Ik heb veel aan de kar moeten trekken, maar het was de moeite.”

“Hij schrijft briefjes vol ideeën”

Thuis zien Sofie en Frederik hoe hun zoon weer plezier in leren heeft gevonden. “We vinden overal briefjes met berekeningen, tekeningen, lijstjes. Dan weten we: hij is weer aan het denken, aan het leren. Dat is voor ons het beste signaal. En sociaal zit hij beter in zijn vel. Hij heeft nu een beste vriend en dat betekent veel voor hem. Hij wil zelfs naar de Chiro, iets wat hij vroeger niet durfde.”

“Zijn hoofd staat nooit stil”

Vic is een kind met veel interesses, maar ook met veel zorgen. “Hij zwemt in een club en doet aan judo,” vertelt Sofie. “Dat laatste vooral omdat zijn klasgenoten dat ook doen. Hij wou ooit basketten en we kochten een ring, maar uiteindelijk deed hij het toch niet. Hij is heel rationeel: als iets niet helemaal klopt voor hem, haakt hij af.”

Sociale contacten lopen steeds beter. “Hij heeft nu één goed vriendje, al botst het soms omdat ze allebei koppig zijn. Maar hij hoort erbij in de klas, en dat was vroeger anders. De sprong van het eerste naar het derde heeft daarin geholpen want emotioneel paste hij beter bij oudere kinderen.”

Vic’s gevoeligheid zorgt soms ook voor onrust. “Hij maakt zich veel zorgen,” zegt Sofie zacht. “Eten is een strijd, hij piekert over geld of over dingen die hij opvangt. Toen we ons huis verbouwden, rekende hij de kosten uit. Hij denkt mee op een niveau dat niet bij zijn leeftijd past. En als iemand ziek is, zoals een vriendin met kanker, dan is hij daar écht mee bezig. Zijn hoofd staat nooit stil.”

Begeleiding en begrip: “Herkenning gaf rust”

De zoektocht naar de juiste ondersteuning bracht Sofie bij een expertisecentrum voor begaafdheid. “Ik kwam via Google bij NeuzeNeuze, partner van Hoogbloeier®, terecht,” vertelt ze. “Dat heeft veel veranderd. Eindelijk vond ik begrip en deskundigheid. Alles viel op zijn plaats. Ik ben beginnen lezen over hoogbegaafdheid en dat hielp ook in de samenwerking met school. En de plusgroep waar Vic nu naartoe gaat, maakt voor hem een wereld van verschil. Daar mag hij gewoon zichzelf zijn.”

Thuis proberen Sofie en Frederik vooral rust en voorspelbaarheid te bieden. “Vic is een beetje een verstrooide professor,” lacht Sofie. “Hij heeft nood aan structuur, maar ook aan vrijheid. We plannen genoeg verbindingsmomenten zoals gewoon samen zijn, luisteren. Soms is er miscommunicatie, dan moeten we even herbeginnen. Het blijft een zoektocht.”

De gemiste schakel: “Er is niets voor hoogbegaafde kinderen”

Wat Sofie het meest raakt, is het gebrek aan structurele ondersteuning. “Het CLB heeft nauwelijks knowhow,” zegt ze. “Vic krijgt geen enkele vorm van ondersteuning of begeleiding via school. Dat doet pijn. Er is echt niets voor hoogbegaafde kinderen. Het is alsof ze niet bestaan. Terwijl er zoveel nood aan is.”

Ze wordt er zichtbaar emotioneel van. “Dat maakt me kwaad. Ik zou daar echt voor willen strijden. Want als ouders moet je alles zelf uitzoeken. We hebben geluk dat we assertief zijn, maar niet iedereen redt zich. En dan gaan kinderen verloren in het systeem. Dat breekt mijn hart.”

De kracht van ouderschap: “We leren met hem mee”

Ondanks de uitdagingen straalt Sofie warmte uit wanneer ze over haar zoon praat. “Vic leert ons elke dag iets nieuws,” glimlacht ze. “Over hoe belangrijk autonomie is. Over hoe krachtig nieuwsgierigheid kan zijn. Over hoe mooi het is om buiten de lijntjes te kleuren.”

Ze beseft dat hoogbegaafdheid niet alleen een intellectueel gegeven is, maar ook een emotioneel pad. “Het vraagt veel afstemming,” zegt ze. “We moeten leren luisteren naar wat hij écht nodig heeft. En tegelijk proberen we hem ook gewoon kind te laten zijn.”

Ze pauzeert even en voegt toe: “Soms denk ik dat hoogbegaafdheid vooral vraagt om gezien te worden. Niet om het label, maar om de mens erachter. Als dat lukt - thuis, op school, in de samenleving - dan kunnen kinderen als Vic echt bloeien. En dat is alles wat we willen.”

Reflectie: ruimte voor anders denken

Het verhaal van Sofie en Vic is herkenbaar voor veel gezinnen met een hoogbegaafd kind. De zoektocht naar begrip, evenwicht en passende uitdagingen blijft complex. Toch toont Sofie’ verhaal dat verandering mogelijk is, met openheid, samenwerking en een flinke dosis volharding.

“Hoogbegaafdheid is geen luxeprobleem,” besluit ze. “Het is een andere manier van denken, voelen en leren. Als ouders kunnen we dat niet alleen oplossen. Maar we kunnen wel het verschil maken door te blijven luisteren naar ons kind, naar elkaar en naar wat werkt.”

Wat de wetenschap bevestigt tussen de lijnen

Onderzoek toont aan dat cognitief begaafde kinderen niet alleen sneller leren, maar ook anders leren. Ze herkennen patronen, leggen spontaan verbanden en hebben een sterke behoefte aan autonomie en betekenisvol leren. Wanneer die leerkenmerken onvoldoende wordt herkend, kan motivatie afnemen en ontstaat soms onderpresteren. Verschillende onderzoekers (bv. Reis & McCoach, 2000; Siegle & McCoach; 2005; VanTassel-Baska & Stambaugh, 2005) benadrukken dat het essentieel is om niet enkel naar prestaties te kijken, maar ook naar leerkenmerken zoals een hoge leersnelheid, voorkeur voor complexe vragen of frustratie bij herhaling.

Ook versnellen, zoals bij Vic gebeurde, wordt wetenschappelijk ondersteund. Meta-analyses (bv. Colangelo et al., 2004; Steenbergen-Hu et al., 2016; Steenbergen-Hu & Moon, 2010) tonen aan dat kinderen die versnellen over het algemeen beter scoren op vlak van leerplezier, zelfvertrouwen en schoolengagement, op voorwaarde dat de beslissing zorgvuldig en op maat gebeurt. Het verhaal van Vic illustreert dat mooi: wanneer het onderwijs aansluit bij zijn denkniveau, komt niet alleen zijn cognitieve groei, maar ook zijn welbevinden tot bloei.

Hoewel Sofie in haar verhaal terecht benoemt dat structurele ondersteuning nog tekortschiet, groeit de kennis in het veld. Steeds meer scholen, CLB’s en hulpverleners bouwen expertise op rond begaafdheid en cognitief sterk functioneren, vaak ondersteund door experten zoals de partners van Hoogbloeier®. Ouders staan er dus niet meer alleen voor, maar de weg naar passende begeleiding blijft een zoektocht die samenwerking, openheid en volgehouden dialoog vraagt.


Referenties

  • Colangelo, N., Assouline, S. G., & Gross, M. U. M. (2004). A Nation Deceived: how Schools hold back America's Brightest Students. 

  • Reis, S. M., & McCoach, D. B. (2000). The underachievement of gifted students: What do we know and where do we go? Gifted Child Quarterly, 44(3), 152–170. https://doi.org/10.1177/001698620004400302 

  • Siegle, D., & McCoach, D. B. (2005). Motivating gifted students. Prufrock Press. 

  • Steenbergen-Hu, S., Makel, M. C., & Olszewski-Kubilius, P. (2016). What One Hundred Years of Research Says About the Effects of Ability Grouping and Acceleration on K–12 Students’ Academic Achievement. Review of Educational Research, 86(4), 849–899. https://doi.org/10.3102/0034654316675417

  • Steenbergen-Hu, S., & Moon, S. M. (2010). The effects of acceleration on high-ability learners: A meta-analysis. Gifted Child Quarterly, 55(1), 39–53. https://doi.org/10.1177/0016986210383155

  • VanTassel-Baska, J., & Stambaugh, T. (2005). Challenges and Possibilities for Serving Gifted Learners in the Regular Classroom. Theory Into Practice, 44(3), 211–217. https://doi.org/10.1207/s15430421tip4403_5 


Copyright © 2025 Joke Devolder – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.

Tags:

Ouders
keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x
'; if (cookie == '') { $('[data-cookie-popup]').show(); } else { if (cookie === 'true') { gtag('js', new Date()); if(gtm !== ''){ gtag('config', '', {'page_path': location.pathname + location.search + location.hash}); } else { gtag('config', '', {'page_path': location.pathname + location.search + location.hash}); } } } } function acceptCookies() { setCookie('CookieConsent', true) $('[data-cookie-popup]').slideUp(300); } function declineCookies() { setCookie('CookieConsent', false) } $(document).ready(function () { showCookies(); }); $('[data-cookie-accept-all]').click(function (e) { e.preventDefault(); acceptCookies(); }); $('[data-cookie-edit]').click(function (e) { e.preventDefault(); $('[data-cookie-options]').slideToggle(300); }); $('[data-cookie-save]').click(function (e) { e.preventDefault(); if ($('[data-cookie-tracking-check]').is(":checked")) { acceptCookies(); } else { declineCookies(); } $('[data-cookie-popup]').slideUp(300); });