29 februari 2024

Talentontwikkeling, een filosofisch perspectief

Talentontwikkeling, een filosofisch perspectief

Talentontwikkeling, een filosofisch perspectief

Verslag van studiedag Talentontwikkeling, boeiend gegeven door Anne Van de Vijver, ECHA-Specialist in Gifted Education op 7 december in Leuven.

Hebben begaafde personen een verantwoordelijkheid om met hun talenten bij te dragen aan de maatschappij of mogen ze gewoon persoonlijk geluk nastreven? 

We worden geconfronteerd met complexe problemen waarvoor talentontwikkeling als oplossing dient - dit komt ten goede aan de maatschappij. Het streven naar persoonlijk geluk, het najagen van dromen en het belang van artistieke expressie boven bijvoorbeeld wiskunde zetten kan echter worden beschouwd als nadelig voor de maatschappij.

De filosofische vraag die hier ontstaat, vindt een antwoord in Kant en Aristoteles. Beiden lijken een van deze twee tegenstellingen te belichten: Kant met zijn nadruk op plichtsethiek en Aristoteles met zijn focus op geluksethiek. Interessant genoeg geldt dit dilemma voor alle mensen, niet alleen voor begaafde personen, hoewel deze vraag vaker wordt gesteld binnen deze groep vanwege hun veelzijdige talenten. Is er echter een impliciet waardeoordeel verborgen in deze tegenstelling?

Het onderzoek naar begaafdheid belicht zelden de diepere redenen achter talentontwikkeling; dit blijkt eerder een filosofische kwestie te zijn dan een onderwerp van psychologisch of pedagogisch onderzoek. Terwijl de noodzaak van talentontwikkeling voor de maatschappij vaak wordt aangehaald als rechtvaardiging voor onderzoek, bijvoorbeeld in gevallen van onderpresteren, blijft de 'waarom' van talentontwikkeling zelf vaak onderbelicht. Meestal wordt dit benaderd vanuit de behoeften van de arbeidsmarkt en de eisen van competitiviteit. Er is slechts een beperkt aantal publicaties dat zich specifiek richt op het bevorderen van persoonlijk geluk en welzijn door talentontwikkeling.

Wat zegt Aristoteles over het waarom van talentontwikkeling?

Alles in het leven heeft een beoogd doel, een 'telos'. Zo heeft een eikel als doel de best mogelijke versie van een eikenboom te worden. Wanneer iemand leeft in harmonie met die 'telos', resulteert dit in een gelukkig en ethisch leven. Wat is dan het 'telos' van de mens? Het is leven in overeenstemming met wat wezenlijk is voor ons als mensen: onze menselijke deugden en talenten. Het streven is om de beste versie van onszelf te worden, waarbij we onze talenten zo volledig mogelijk ontwikkelen.

Zowel intellectuele als morele talenten moeten worden ontwikkeld. Hierbij draait het niet alleen om intelligentie op zich, maar om bredere aspecten zoals wetenschappelijke kennis (onderzoek), kunst of vaardigheden (ambachtelijkheid), praktisch inzicht (metacognitie), intuïtieve rede of intellect (het voorafgaand denken vóór een onderzoek gestart wordt) en filosofische wijsheid (de combinatie van intuïtieve kennis met wetenschappelijke kennis). Morele talenten omvatten het vinden van een gulden middenweg, bijvoorbeeld moed als de balans tussen lafheid en roekeloosheid, rechtvaardigheid, vriendelijkheid - zonder extremen. Intellectuele talenten kunnen worden aangescherpt door onderwijs, terwijl morele talenten gedijen door gewoontevorming binnen de opvoeding en omgeving. Het is de synergie van al deze talenten die de essentie van menselijkheid bepaalt. Het is van belang ruimte te creëren en gerichte aandacht te schenken aan elk van deze facetten, zodat de ontwikkeling ervan mogelijk wordt.

Wat zegt Kant over het waarom van talentontwikkeling?

Kants Categorische Imperatief benadrukt het universaliteitsprincipe en het humaniteitsprincipe - een plicht voor iedereen om hun talenten te ontwikkelen.

Het universaliteitsprincipe stelt de vraag of je handelen gebaseerd is op principes die door iedereen gevolgd zouden moeten worden. Bijvoorbeeld in talentontwikkeling: stel dat je een wiskundig talent hebt maar het niet wilt ontwikkelen. Als dit een algemene wet zou zijn, zou niemand zijn talenten willen ontwikkelen. Dus, het niet ontwikkelen van talenten botst met dit principe, het wordt dan een plicht om dat wel te doen.

Het humaniteitsprincipe draait om het beschouwen van zowel jezelf als anderen als doel op zich. Je mag anderen niet misbruiken om je eigen doelen te bereiken en moet respect hebben voor jezelf als doel. Dit impliceert dat je je talenten moet ontwikkelen om jezelf als doel te ontwikkelen en respect te hebben voor dit doel.

Welke talenten moet je dan ontwikkelen? Het ligt in de aard van de mens om op een betekenisvolle manier bij te dragen aan de maatschappij. Dit komt niet van externe dwang, maar vanuit intrinsieke motivatie. Vrije wil is cruciaal in Kants filosofie. Mensen moeten vrij zijn om te kiezen hoe ze hun talenten op een zinvolle manier in de maatschappij inzetten, afhankelijk van hun zelfbepaalde doelen.

Er zijn volgens Kant natuurlijke en morele talenten. Natuurlijke talenten omvatten intellectuele vermogens (redenering), geestelijke capaciteiten (verbeelding) en fysieke vermogens. Een moreel talent is het gevoel dat ontstaat wanneer je bewust handelt in lijn met de genoemde principes en dit je een goed gevoel geeft. Kant gaat ervan uit dat beide soorten talenten ontwikkeld kunnen worden, waarbij onderwijs een cruciale rol speelt. Dit is echter een ideaalbeeld waar naar gestreefd moet worden, want sommige mensen worden hierin belemmerd, bijvoorbeeld door armoede.

Talentontwikkeling van begaafde personen

In de literatuur over begaafdheid blijft de 'waarom' vaak onderbelicht. Als het al aan bod komt, is het meestal een beweging van de samenleving naar het individu toe. Talentontwikkeling lijkt daardoor vaak beïnvloed te worden door externe druk. In de filosofie van Kant en Aristoteles staat juist de 'waarom' centraal. Voor hen komt deze vraag vanuit de kern van de mens, van binnenuit. Een vraag die elke coach of begeleider van begaafde kinderen en volwassenen zou moeten stellen is: zet je in op zelfactualisatie of focus je je meer op het omgaan met wereldproblemen? Ligt het vertrekpunt bij de begaafde persoon of bij de inzet voor de maatschappij?

Of nog: is het ultieme doel excellent presteren of zelfontplooiing? Neem bijvoorbeeld het model van Gagné; dit model benadrukt als uitkomst vooral presteren. Dat verklaart waarom de focus ligt op 'nuttige' vaardigheden, terwijl er weinig aandacht is voor morele talenten. Zelfkennis en autonomie fungeren als moderators binnen dit proces. In een model gebaseerd op Kant of Aristoteles zouden zelfkennis en autonomie eerder de uitkomst van het model zijn dan een middel. Hierbij zou de start niet langer beperkt zijn tot slechts 'nuttige' talenten, maar juist gericht zijn op een breed scala aan talenten. Zelfontplooiing staat centraal als doel: het verwezenlijken van iemands volledige potentieel en het leiden van een betekenisvol leven, gedreven door zelfgekozen doelen. Voortreffelijk presteren kan het gevolg zijn van hiervan, maar is niet per se noodzakelijk.

Misschien herbergen begaafde personen specifieke talenten die nog niet volledig ontdekt zijn, doordat we te veel vanuit het perspectief van maatschappelijk gewaardeerde vaardigheden kijken. Het kan waardevol zijn om minder sterk door de lens van economische waarde naar talenten te kijken.

Referentie: Van de Vijver, A., & Mathijssen, S. (2024). A Philosophical Approach to Talent Development, Roeper Review, 46(1), 27-38, DOI: 10.1080/02783193.2023.2285053


Copyright © 2024 Anne Van de Vijver – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x