9 januari 2026
Een boek dat ik zelf ooit had willen schrijven
Dit is het boek dat ik zelf ooit had willen schrijven, maar dat er tot op vandaag nog niet van is gekomen. Niet omdat de kern veranderd is, integendeel. Het uitgangspunt is altijd hetzelfde gebleven: hoogbegaafde personen helpen om [weer] gelukkig te worden. Dat is ook de missie van Hoogbloeier®. En voor mij maakt het oprecht niet uit wie daar uiteindelijk woorden aan geeft, wie zichtbaar is of wie daarvoor erkenning krijgt. Als iemand anders dat zorgvuldig, genuanceerd en inhoudelijk sterk doet, dan draagt dat alleen maar bij aan diezelfde missie.
Ik sluit niet uit dat ik ooit zelf nog een boek zal schrijven. Alleen weet ik vandaag nog niet precies waarover, wanneer of in welke vorm. Er zijn intussen ook al heel wat boeken over hoogbegaafdheid verschenen, elk met hun eigen invalshoek. Wat ik wél weet, is dat ik tien jaar geleden een heel ander boek zou hebben geschreven dan het boek dat ik vandaag voor ogen zou hebben. Het zou toen veel sterker ervaringsdeskundig zijn geweest, te weinig onderbouwd door onderzoek, te stellig geformuleerd - “dit is een kenmerk, punt” - met te weinig ruimte voor nuance of andere perspectieven. Waarschijnlijk zou mijn visie te centraal hebben gestaan, alsof het dé manier was om naar hoogbegaafdheid te kijken. Vandaag kijk ik daar, dankzij mijn vijf jaar onderdompeling in wetenschappelijk onderzoek, fundamenteel anders naar.
Van ervaring naar wetenschap: de kracht van nuance
Net daarom vind ik dit boek van Lore Dewulf zo sterk (Dewulf, 2025). Het sluit veel nauwer aan bij de richting waarin ik zelf geëvolueerd ben: vertrekken vanuit praktijk en ervaring, maar die expliciet verankeren in wetenschap; spreken met overtuiging, maar zonder absolute claims en voortdurend ruimte laten voor nuance en verschil. Dat is geen zwakte, maar net een grote kracht.
Ik kan alleen maar zeggen dat dit boek zijn positieve ontvangst volledig verdient. Ik heb het intussen volledig doorgenomen en ervaar het als een duidelijke aanrader. Wat meteen opvalt, is hoe overtuigend Dewulf spreekt vanuit zowel praktijk als wetenschap, mét oog voor nuance. Dat laatste is iets wat in dit domein vaak ontbreekt, en hier expliciet wél aanwezig is.
Wat ik bijzonder waardeer, is dat ze van bij het begin helder maakt dat er meerdere visies op hoogbegaafdheid bestaan. Ze positioneert haar eigen kijk niet als dé waarheid, noch probeert ze de lezer te overtuigen van één correct kader. Integendeel: ze vertrekt expliciet vanuit haar eigen perspectief: deels wetenschappelijk, deels ervaringsgericht, maar vooral praktisch en therapeutisch onderbouwd. Die open houding werkt verfrissend en geloofwaardig. Ook de expliciete aandacht voor het feit dat hoogbegaafdheid zich in meerdere domeinen kan uiten, en niet louter in STEM-contexten, is bijzonder waardevol en broodnodig.
Identiteit, kaders en herkenning
Wat betreft de kenmerken van begaafdheid ben ik blij dat Dewulf eerst focust op de cognitieve leerkenmerken waar binnen de wetenschap consensus over bestaat: snel denken, creatief denken, complex denken en metacognitief denken. Pas daarna bespreekt ze bijkomende kenmerken die zij vaak in haar praktijk ziet. Daarbij maakt ze expliciet dat dit gaat om een specifieke subgroep - mensen die vastlopen en daarom hulp zoeken - en dat deze kenmerken niet zomaar veralgemeend kunnen worden naar alle hoogbegaafde personen. Die explicitering getuigt van wetenschappelijke eerlijkheid. Zo wordt bijvoorbeeld maladaptief perfectionisme benoemd als mogelijk probleem, maar nergens gesuggereerd als universeel kenmerk. Ook de overexcitabilities komen slechts zijdelings aan bod en krijgen niet het gewicht dat ze in het veld van begaafdheid vaak krijgen; terecht, zeker in het licht van de recente meta-analyse van Olszewski-Kubilius et al. (2025).
Regelmatig was ik aangenaam verrast door verwijzingen naar kaders die ik vooral ken uit wetenschappelijke presentaties en academische contexten, zoals het gebruik van het Cass Identity Model bij sociale identiteitsontwikkeling. Dat model is oorspronkelijk ontstaan binnen de LGBTQ+-context en precies daardoor kunnen er zinvolle parallellen worden getrokken met identiteitsprocessen bij hoogbegaafde personen, niet als een-op-een vergelijking, maar als denkkader. De parallel werd al eerder gelegd door Frans Corten, maar het model leerde ik zelf voor het eerst kennen via een presentatie van Janet Sollie over identiteitsontwikkeling bij begaafde personen op een van onze studiedagen (van Horssen-Sollie, 2015). Ik zet dit model intussen ook actief in in mijn eigen module over modellen bij hoogbegaafde volwassenen. Dat dergelijke academische kaders hier op een zorgvuldige en respectvolle manier worden meegenomen, ervaar ik als een duidelijke meerwaarde.
Het boek is bovendien uitzonderlijk goed onderbouwd. Niet zozeer met klassieke (vaak ervaringsgerichte) boeken, maar vooral met onderzoeksliteratuur. Ik kwam meerdere artikels tegen die ik zelf nog niet kende en verder wil uitdiepen. De literatuurlijst is indrukwekkend: 141 referenties, grotendeels empirisch onderzoek. Dat zie je zelden in dit genre.
Tegelijk leest het boek zeer vlot. Dewulf slaagt erin een sterke balans te vinden tussen wetenschap en praktijk. Elk hoofdstuk start met een persoonlijk verhaal dat meteen de toon zet en duidelijk maakt waar het hoofdstuk naartoe gaat. De vele cases werken verhelderend en zijn bijzonder herkenbaar, zowel voor professionals die met hoogbegaafde personen werken als voor hoogbegaafde volwassenen die zichzelf herkennen in hun eigen leven, familie of sociale context.
Een boek dat echt iets in beweging zet
Wat dit boek voor mij echt onderscheidt, is dat het meer is dan informatie alleen. Het blijft niet steken in beschrijven of verklaren, maar reikt ook concrete handvatten aan voor hoogbegaafde volwassenen zelf én voor hun omgeving. In die zin fungeert het boek als sterke psycho-educatie en zelfs als een vorm van autotherapie, iets wat Dewulf zelf ook benoemt. Dat onderscheid is voor mij belangrijk, zeker in een veld waar het schrijven van een boek vaak vooral veel zichtbaarheid oplevert. Er verschijnen niet zelden boeken die in essentie eerder als marketinginstrument fungeren: ze blijven inhoudelijk oppervlakkig of net wanneer het echt interessant begint te worden, stopt de inhoud. Dit boek doet dat expliciet niet. Het biedt verdieping, houdt niet in en nodigt de lezer uit om daadwerkelijk verder aan de slag te gaan. Dat aspect raakte voor mij ook aan een persoonlijke ervaring uit mijn eigen praktijk.
Ik heb zelf niet heel veel volwassenen begeleid, maar één persoon is me altijd bijgebleven. Hij kwam slechts één keer, voor een gesprek van ongeveer een uur. In dat uur heb ik vooral geluisterd, een aantal zaken geduid en hem enkele boeken aangeraden waarvan ik aanvoelde dat ze hem verder konden helpen. Daarna heb ik hem nooit meer teruggezien. Jaren later kreeg ik onverwacht een bericht van hem. Hij schreef dat hij met dat ene uur zó ver was gekomen en dat hij nooit had durven dromen dat zijn leven zo’n positieve wending zou nemen door dat ene gesprek. Het lezen, het herkennen en het zelf verder uitwerken van wat hem was aangereikt, bleek voor hem voldoende.
Die ervaring heeft mij sterk doen beseffen hoe belangrijk het is om niet automatisch te vertrekken vanuit het idee dat de hulpverlener degene moet zijn die het proces draagt. Had ik toen niet aangevoeld dat deze man voldoende had aan zelfreflectie en autotherapie, ondersteund door de juiste lectuur, en had ik vastgehouden aan een klassiek begeleidingsmodel, dan was dit wellicht geen positief verhaal geworden. Net dat inzicht - dat sommige hoogbegaafde volwassenen met de juiste kaders en woorden zélf verder kunnen - zie ik ook mooi bevestigd in dit boek.
Tot slot nog een belangrijke nuance: dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor hoogbegaafde volwassenen en zo raad ik ook expliciet aan het te lezen. Er is wel een hoofdstuk gewijd aan ouders van hoogbegaafde kinderen, maar dat vertrekt vooral vanuit de omgekeerde richting: hoe een kind een spiegel kan zijn die ouders helpt hun eigen hoogbegaafdheid te herkennen. Het is nadrukkelijk geen opvoedingshandleiding en dat is ook helemaal oké. Voor ouders die concreet aan de slag willen met opvoeding en begeleiding van hoogbegaafde kinderen, zijn andere boeken duidelijk beter geschikt.
Positief is dat in dit hoofdstuk de zelfdeterminatietheorie centraal staat als opvoedkundig en ontwikkelingspsychologisch kader (Ryan & Deci, 2017). Eén inhoudelijk puntje van kritiek betreft de terminologie bij de psychologische basisbehoeften. Naast autonomie en competentie wordt gesproken over betrokkenheid, terwijl het correct verbondenheid (relatedness) moet zijn. Verbondenheid verwijst naar de fundamentele menselijke behoefte om zich gezien, geaccepteerd en verbonden te voelen met anderen. Betrokkenheid (engagement) daarentegen is geen basisbehoefte, maar een uitkomst van motivatie: wanneer mensen zich autonoom, competent en verbonden voelen, zijn ze doorgaans ook meer betrokken bij een taak, leerproces of relatie. Hoewel betrokkenheid in het dagelijkse taalgebruik vaak in relationele zin wordt gebruikt, is het conceptueel iets anders. Die twee begrippen worden vaak door elkaar gehaald, maar betekenen binnen de zelfdeterminatietheorie fundamenteel verschillende dingen.
Conclusie
Al met al is dit een sterk, doordacht en inhoudelijk rijk boek dat zowel professioneel als persoonlijk veel te bieden heeft. Het toont hoe hoogbegaafd leven eruitziet in al zijn complexiteit, zonder te simplificeren, te romantiseren of te problematiseren. Het biedt herkenning waar die vaak ontbreekt, nuance waar die nodig is, en woorden voor ervaringen die voor veel hoogbegaafde volwassenen lange tijd onbenoemd blijven.
Voor wie zich als hoogbegaafde volwassene soms zoekend voelt, vastloopt of simpelweg beter wil begrijpen hoe het eigen denken, voelen en handelen samenhangen, kan dit boek een waardevol vertrekpunt zijn. Voor sommigen volstaat dat: lezen, herkennen, reflecteren en zelf verder aan de slag gaan. Voor anderen is het net helpend om die inzichten te verdiepen of te dragen samen met iemand anders.
Vanuit de missie van Hoogbloeier®, namelijk hoogbegaafde volwassenen ondersteunen in hun zoektocht naar meer evenwicht, veerkracht en levenskwaliteit, zien we dit boek als een mooie ingang. Het kan functioneren als krachtige psycho-educatie of autotherapie, maar even goed als voorbereiding of aanvulling op begeleiding. Voor wie merkt dat lezen alleen niet volstaat, of graag samen met iemand reflecteert en verdiept, werken we bij Hoogbloeier® samen met partners die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van hoogbegaafde volwassenen.
Of je nu kiest om zelf aan de slag te gaan, of om je te laten ondersteunen: dit boek nodigt uit tot beweging. En precies daarin sluit het zo mooi aan bij waar wij als Hoogbloeier® voor staan.
Referenties
Dewulf, L. (2025). Hoogbegaafd zijn. Wat als 1+1 gelijk is aan 3? Pelckmans.
Olszewski-Kubilius, P., Steenbergen-Hu, S., Calvert, E., Richert Corwith, S., & Bright, S. (2025). A meta-analysis of research on the relationship between overexcitabilities and giftedness. Gifted Child Quarterly. https://doi.org/10.1177/00169862251370377
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-Determination Theory. The Guilford Press.
- van Horssen-Sollie, J. (2015). Levensloopontwikkelingen in het zelfbeeld van hoogbegaafden. IHBV.
Copyright © 2026 Dr. Sabine Sypré – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.