2012

THEMA’S OVER HOOGBEGAAFDHEID

 

Eerst en vooral zijn er verschillende vormen van versnellen. In de volksmond betekent versnellen gewoonlijk een jaartje overslaan bv. van 3de naar 5de leerjaar (van groep 5 naar 7). Maar ook een jaartje eerder van de kleuterklas naar het basisonderwijs gaan, wat vervroegde doorstroming heet, is een vorm van versnellen. Minder bekend is het versnellen in slechts één vak wanneer een grote cognitieve voorsprong vastgesteld wordt, bv. bij rekenen. En een laatste vorm die minder wordt uitgevoerd wegens praktisch minder haalbaar, is het afwerken van de leerstof van 2 leerjaren in 1 jaar.


Criteria leerling

De meest aangehaalde reden om een leerling te gaan versnellen is meestal omwille van een cognitieve voorsprong. Uiteraard versnel je een kind niet omdat het zomaar hoogbegaafd is, maar bekijk je eerst of het een voorsprong heeft en hoe groot die voorsprong dan wel is. Dat kan door een uitgebreid didactisch onderzoek uit te voeren hetzij in de school zelf, hetzij in een extern bureau. Hierbij wordt het kind voor technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen doorgetoetst met ofwel de LVS-toetsen of andere testen. Voor andere vakken is het zeer moeilijk om door te toetsen, maar je kan er meestal wel van uitgaan dat een hoogbegaafd kind door zijn uitgebreide honger naar kennis wellicht ook op gebied van W.O. (wereldoriëntatie) meer weet dan wat aan-geboden wordt in de klas.

Wanneer zo’n voorsprong dan 6 à 12 maand is, kan je overwegen om 2 schooljaren in 1 jaar te geven, zodat je duidelijk weet dat er geen hiaten zullen ontstaan in zijn schoolse kennis. Maar zodra de voorsprong meer dan één jaar is, is het aan te raden om meteen een volledig leerjaar over te slaan.

Een tweede overweging die je zeker moet maken is of het kind eraan toe is in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Zie je je kind meer spelen met oudere kinderen dan met zijn leeftijdsgenoten - ook in buitenschoolse activiteiten, of geeft je kind zelf aan dat het liever een jaartje hoger wil zitten, of noemt je kleuter zijn klasgenootjes ‘baby’s’, dan kan het zijn dat je kind geen aansluiting vindt met zijn leeftijdsgenoten en dat het gewoon een noodzaak is om te versnellen om deze aansluiting te verzekeren. Je kind komt dan terecht bij kinderen die op eenzelfde ontwikkelingsniveau zitten, waardoor het emotioneel beter aansluit én waardoor het zijn sociale vaardigheden beter kan oefenen door zich te spiegelen aan ontwikkelingsgelijken.

Let op! Een valkuil voor leerkrachten evenwel kan zijn dat een kind dat zich niet tussen ont-wikkelingsgelijken bevindt een gedrag vertoont dat eerder als sociaal zwak bestempeld wordt, terwijl de oorzaak van dit gedrag net ligt in het feit dat het op sociaal of emotioneel gebied óók voor is. Dit kan verholpen worden door een betere kennis over hoogbegaafdheid, door het sociaal-emotionele op te nemen in het leerlingvolgsysteem en eventueel ook door het toepassen van een signaleringsprotocol voor hoogbegaafdheid op de school.

Meestal zie je hier ook dat de leeftijd van het kind een rol kan spelen bij de beslissing om te versnellen. Een leerling die geboren is in januari heeft qua ontwikkeling uiteraard enkele maanden voorsprong gekregen ten opzichte van eentje dat pas in december jarig is, hoewel dit niet hoeft te betekenen dat je kinderen van het eind van het jaar beter niet versnelt...

Verder wordt er best ook gekeken naar het zelfbeeld van de leerling, want bij een scheef zelfbeeld heb je vooral een zéér goede begeleiding nodig om de versnelling in goede banen te leiden. Denkt het kind alles al te kunnen, ‘ik ben de beste’, en heeft het aldus een arrogante houding, of heeft het net een negatief zelfbeeld en denkt het van zichzelf vooral dat hij of zij ‘een rare’ is, voelt het zich een alien in zijn klas? Bij beide types krijg je het risico dat er een te grote druk zal gelegd worden door de versnelling, waardoor het kind negatieve faalangst kan ontwikkelen. Daarom is een goede begeleiding voor, tijdens en na de versnelling van uiterst belang!

Sommige hoogbegaafde leerlingen hebben door een tekort aan cognitieve uitdaging geen goede werk- en leerstrategieën ontwikkeld. Is dit het geval bij deze leerling, dan is het zaak om dit eerst te gaan aanpakken door effectief moeilijker opdrachten verplicht te gaan aanbieden mét begeleiding van een leerkracht. Verplicht omdat dit de allereerste keer is dat zo’n kind geconfronteerd wordt met zijn frustratieniveau en de uitdaging eerder zal mijden als het vrijblijvend is én begeleiding omdat het kind wellicht last zal hebben met zelfstandig werken omwille van de zwakker ontwikkelde spanningsboog. Beslis je dus midden in het jaar om het kind het volgende jaar te gaan versnellen, pak dan de rest van het jaar eerst deze werkstrategieën aan zodat het goed voorbereid kan starten in september!

Een criterium dat eerder een belemmerende factor is, is wanneer het kind een leer- of persoonlijkheidsstoornis heeft. Als dit het geval is, dan moet je je als school laten bijstaan door een expert op dat specifieke gebied - en ideaal ook op gebied van hoogbegaafdheid of op zijn minst een notie ervan - want dan is het niet meer aan de school en ouders alleen om te beslissen.

Een laatste overweging betreffende de leerling, is de visie van de leerling zelf. Deze mening mag echter niet doorslaggevend zijn, maar er is wel een gesprek met de leerling nodig om alle vragen, onzekerheden en twijfel bij het kind weg te nemen.




Criteria school

Het pedagogisch klimaat in een school speelt een zéér grote rol in het al dan niet slagen van een versnelling. Wat is de attitude van de leerkrachten ten opzichte van versnellen van leerlingen en ten opzichte van hoogbegaafde leerlingen in het algemeen? Hoe denken leerkrachten hierover? Zijn ze in staat om hun vertrouwde ideeën en opvattingen hierover los te laten? Veel hangt af van de steun van de directie en zorgcoördinator voor het welslagen ervan.

Bij een versnelling hoort ook een goede begeleiding door de leerkracht, zowel van de leerkracht waar het kind vertrekt als van de ontvangende leerkracht. Kunnen deze leerkrachten die extra begeleiding wel aan? Hoe gaat dit praktisch in zijn werk, hoe kan de leerstof aangepast worden voor het ontwikkelen van die werk- en leerstrategieën? Zijn ze vertrouwd met compacten en verrijken? Hoe worden hiaten in de leerstof aangevuld? Ook hier vind je weer een klassieke valkuil waarvoor je moet opletten, want veelal worden de kinderen bijgespijkerd zodat ze meteen ‘op niveau‘ zitten als ze starten in de nieuwe klas. Dit is iets wat je best zoveel mogelijk vermijdt en enkel toepast als het strikt noodzakelijk is zoals bv. een kind dat van het 3de kleuterklasje meteen naar het 2de leerjaar (groep 2 naar 4) springt en nog niet kan schrijven, dit kan je het leren. Maar ga niet de tafels of de brug over 10 inoefenen, want in september en oktober volgt er sowieso nog een herhalingsperiode waaraan het hoogbegaafde kind over het algemeen voldoende heeft om mee te zijn.

Hou er vervolgens als leerkracht rekening mee dat een versneld kind jonger is en sommige vaardig-heden kan missen die je verwacht in dat leerjaar. Reken het kind er niet op af als het nog niet zelf zijn jas kan aandoen, nog niet goed kan stilzitten of problemen krijgt in de turnles. Denk eraan dat een 8-jarig kind in het 4de leerjaar (groep 6) nog niet goed kan plannen, zijn agenda nog niet goed kan nakijken en regelmatig zijn zwemzak vergeet. Begeleid het kind hierin en steun het zoveel als mogelijk!

Om de besluitvorming over versnellen te nemen, kan je als school beroep doen op de versnellingswenselijkheidslijst die ontwikkeld is door het CBO in Nijmegen. Deze lijst geeft je een weging van verschillende criteria waardoor je een score bekomt die het versnellen aan- of afraden. Dit jaar wordt er onderzoek gedaan naar hoe deze lijst gebruikt wordt en zullen er verbeteringen worden aangebracht. Daarna komt ook een Vlaamse versie uit, die iets verschilt van de Nederlandse situatie. Toch is deze lijst nu reeds bruikbaar!


Criteria ouders

Vele ouders hebben vele vragen, twijfels en bedenkingen over de eventuele versnelling van hun kind. Het gevaar bestaat dat ze deze twijfel gaan overzetten op hun kind. Daarom zijn gesprekken tussen de school en de ouders heel belangrijk waarbij de voor- en nadelen van het versnellen en de criteria hierboven om te versnellen, besproken worden.

Zowel ouders als leerkrachten kennen wel ergens iemand die ooit eens een jaartje heeft overgeslaan en die in het middelbaar problemen heeft gekregen en uiteindelijk van school is gestapt zonder diploma. Deze verhalen, die uiteraard wel waar kunnen zijn, mag je echter niet gebruiken als bewijs dat het sowieso slecht zal aflopen. Uit onderzoek naar de effecten van versnellen van hoogbegaafde leeringen blijkt namelijk het tegendeel en zijn er overwegend positieve effecten waar te nemen. Lianne Hoogeveen, directeur van het CBO in Nijmegen, onderzocht in haar promotie-onderzoek de invloed van een versnelling op de sociaal-emotionele kenmerken van hoogbegaafde leerlingen. Zij vergeleek versnelde leerlingen met hun klasgenoten en vond dat in de eerste twee jaar van het secundair versnelde leerlingen minder zelfvertrouwen hebben als het gaat om sociale contacten, maar dat deze verschillen verdwijnen vanaf het 3de jaar. Wanneer ze echter niet-versnelde hoogbegaafde leerlingen en versnelde hoogbegaafde leerlingen vergelijkt, kwamen andere resultaten naar boven. Zij verschillen namelijk helemaal niet in het aantal sociale contacten. Hieruit concludeert zij voorzichtig dat het niet zozeer het versnellen is dat een negatieve invloed heeft op het sociaal-emotionele welbevinden, maar wel de hoogbegaafdheid zelf.


Besluit

Denk goed na vooraleer je gaat versnellen, bekijk de verschillende criteria en informeer je goed! Laat een kind eerder springen omwille van zijn sociaal-emotionele voorsprong dan omwille van de cognitieve voorsprong. Hou er rekening mee dat een versnelling pas dient te gebeuren nadat alle andere middelen zijn ingezet, waarmee ik vooral het differentiëren in de reguliere klas bedoel, dus compacten en verrijken. Pas als dit niet meer voldoende is voor het kind in kwestie, kan je aan een versnelling denken. Beschouw versnellen als een joker die je slechts eenmaal, hoogstens tweemaal kan inzetten!

 

Heel veel leerkrachten, maar ook ouders, hebben een aversie tegen versnellen van hoogbegaafde of hoogintelligente kinderen in het basisonderwijs. Zij vrezen dat er later, bij de overgang naar het secundair onderwijs, problemen zullen optreden. Uit onderzoek blijkt dat deze vrees onterecht is, wat daarom niet betekent dat je zomaar in het wilde weg je kind een klas kan laten overgaan. Hiervoor moet je een aantal criteria in overweging nemen zodat je een gefundeerde beslissing kan nemen.

Home >> Thema’s >> Versnellen

Meer over versnellen kan je lezen in het tijdschrift ‘Hoogbegaafd’ jaargang 2, nr. 2. En de versnellingswenselijkheidslijst kan je hier downloaden.

Het proefschrift van Lianne Hoogeveen: Social Emotional Consequences of Accelerating Gifted Students

Interesse in meer?

Stelt de school voor om je hoogbegaafde kind te versnellen, maar twijfel je?

Ik kan jou of je school gefundeerd advies geven.

Mail info@hoogbloeier.be

of bel 0478/20 69 87

Gratis intake!

Denk je aan versnellen?